vrijdag 1 april 2011

Bali Baby

"Ben ik werkelijk in Bali", dacht ik bij mezelf toen ik, enigszins vermoeid, door de immer drukke straten van Kuta slenterde . Zo voelde het alvast niet aan! Sinds ik in het gezelschap van drie Fransen in Denpasar was aangekomen, had ik immers alleen nog maar gebroken Engels rondom me gehoord. (Iets waar het gros van de Australiers ook al een stel keien in bleken) Het leek alsof ik Australie nooit verlaten had...


Echt?
Nee natuurlijk niet!

In Australie boden  gemotoriseerde prostituees - waren het wel vrouwen? - me namelijk geen " sexie massaases" aan alsof het de normaalste zaak van de wereld was, trachtten ranzige mannen me niet naar een of andere hoerentent te lokken en herbergden de duistere steegjes geen drugsdealers die me, met een vette knipoog, "magic mushrooms" poogden aan te smeren. 
"Overdag tripjes naar de lokale rosse buurt en 's nachts naar de maan? Ok, in hun ogen was ik overduidelijk de typische toerist" Het feit dat ik de gang in mijn hotel deelde met twee bezopen Britten die om de haverklap enerzijds in het zwembad plasten of anderzijds een lokaal meisje "gebruikten" speelde duidelijk ook niet in mijn voordeel...

Kuta: een etterende puist op een anders zo prachtige eilandparel! Ik hield niet van deze plek! Te artificieel, te toeristisch, te veel Nederlanders, te marginaal, gewoon te... Lag het aan het gezelschap? Waarschijnlijk wel! Je bent snel uitgepraat als je zuiders gezelschap, onder invloed van een zak paddo's, minutenlang gefacineerd  zit te staren naar een of andere gebruikte condoom op Kutabeach. Ik miste Australie al een beetje...

"
Een andere locatie kan wonderen doen", zei ik vastbesloten!
Ik nam afscheid van mijn gedrogeerd gezelschap - hun rode oogjes vertelden me dat ze het waarschijnlijk nooit zouden begrijpen -  en ik boekte een bootreisje naar de Gili Islands, ten noorden van Lombok. Gili Trawangan, een heus tropisch paradijsje en de grootste van de drie, zou mijn verblijf worden voor de komende week! Ik vond het onmiddellijk een fantastische ervaring! Geen auto's, geen scooters, enkel rinkelende paardenkarren die verdacht veel stront produceerden, sympathieke mensen en een bootlanding waarbij je, in ware "Expeditie Robinsonstijl" naar het parelwitte strand moest waden. "Amai, hier kon ik wel oud worden

Mijn voeten waren nog niet volledig  droog of ik was er al steevast van overtuigd dat het duikwereldje volkomen mijn "ding" zou zijn. Deze plek leefde gewoon op het ritme van de zee. Zalig!

Henry en Fiona, twee goedlachse "
Sco'ish" kozen voor Big Bubble Dive School, Pierre beproefde zijn geluk bij de Zweedse vrouwtjes en ik besloot in zee te gaan met Manta Dive School. In vier dagen, en voor een heus vriendenprijsje, kon je alle kneepjes van het vak leren en jezelf een volwaardig duiker noemen. (??)

"
Geen vragen stellen, gewoon doen Johannes!"

Samen met Suzanna, een 53 jarige Australische dame mocht ik mijn eerste belletjes blazen onder het waakzame oog van een overgewaaide Engelsman genaamd Ben. Schoolse lessen rond de duiktheorie waren duidelijk niet aan hem besteed en al snel stuurde hij ons het ruime sop in. Hoesten, schrapen, rochelen, maar met de eeuwige sigaret in de mond, legde Ben vakkundig - de man zoekt waarschijnlijk nog steeds naar een manier om zijn geliefkoosde kuchstokjes met zich mee te brengen onder water- op de boot de verschillende "divingspots" uit. Keuze genoeg hier gaande van eindeloze koraalriffen waar de schildpadden je gestaag voorbijzwemmen tot diepzeeavonturen naar een Japans schip van de Keizerlijke Vloot.

Papegaaivissen ofte "keunetandvisssen"
Een wandelende schoorsteen of niet, Ben wist echt wel wat hij deed en was werkelijk een geniale duikinstructeur met een scherp oog voor de kleinste zeeorganismen. 


Wie kan immers zeggen dat hij na vier duiken reeds:
 

- schildpadden
- haaien
- murenen
- koraalduivels
- zeekatten
- anemoonvissen (Nemo)
- trekkervissen
- kogelvissen
- pijlstaartroggen
- papegaaivissen
...en zoveel meer heeft mogen zien??


Man, ik kan er niet over zwijgen! :-)




Een weekje duiken, snorkelen, relaxen met knallers van cocktails (raadde dat theorieboek het gebruik van alcohol niet af??...), toffe feestjes, leuke mensen,...

Aan alles komt een eind en na een dikke week voer ik met een klein hartje terug richting Kuta. Gelukkig zou mijn tweede bezoek volkomen anders zijn. 

De puist bleek uitgeduwd...

vrijdag 18 maart 2011

Bashing Busselton


Na enige weken rond te hoppen in Australie als een opgefokt konijn dat overal sappige wortels leek te zien, was het tijd voor wat rust en ik besloot me even te vestigen temidden een stel wittekoppen. Net als die andere blonde kwajongen, hielden deze kerels duidelijk ook van neusnemerij totdat werkelijk al het groene vocht uit mijn neus geperst was. Toffe kerels, zalige sfeer en volkomen mijn humor. Ja, hier voelde ik me echt wel thuis!
Busselton is een klein dorpje onder Perth en bleek de ideale uitvalsbasis voor de seizoensarbeid die bovendien heel wat backpackers aantrok. Een echt schaap dat ik was, volgde ik uiteraard de meute en ging aan de slag in een lokale wijngaard waar, bizar genoeg, een stel Afghanen de plak zwaaiden. Niet zomaar een kleine plak maar een gigantische die ferm pijn deed in onze portemonee. Kort samengevat: die kastaars melkten ons financieel droog totdat het zowaar pijn deed aan onze reeds verbrande tepeltjes. Onderbetaalde werkuren, hoge transportkosten, misgetelde fruitmanden, noem maar op maar desalniettemin een immer brede gouden glimlach. ”Tijd voor iets anders!” dacht ik bij mezelf en door een gelukkig toeval vond ik, voor een tweetal weekjes, werk  op een Zuid Afrikaanse bloemenkwekerij. In theorie bestond onze job voornamelijk uit het wieden van enorm harnekkig onkruid, het verwijderen van "wheatmats", "pruning" en stevig bakken & braden onder een verschroeiende zon. 
In realiteit vlamden we echter rond met onze persoonlijke 4x6 tractor op zoek naar kangoeroes of ontkaterden we wat onder de jonge boompjes. Ontspannend, dat was zeker...totdat ik mijn eerste "(Tiger) Snake" zag. De stofwolken tijdens de Dirty Thirties verbleekten ongetwijfeld in het niets in vergelijking met de mijne. Rennen, zwoegen, spurten en in de verte een roodgebakken Engelsman horen giechelen omwille van mijn reactie. Ok, dit zou me heel lang achtervolgen... ai ai. 

Terug in Busselton hervatte de dagdagelijkse routine: roze olifantjes najagen met behulp van de nodige pintjes, naderhand op het gemak richting het strand slenteren voor een relatief frisse duik, rond zeven uur genieten van heerlijke Italiaanse pizza's, panzarotti, Franse ovenschotels, Japanse Sushi,...en tenslotte de enige "club" (eigenlijk was het een hotel) aandoen op zoek naar een feestje tussen een stel Australische walrussen. Zalig, enkel de onverbiddelijke wekker die afging om 4 a.m verdiende een schop onder zijn metalen reet. Alle ingredienten voor een perfecte vakantiecocktail waren gewoon aanwezig: zon, zee, hechte vriendschappen, het vakantieliefje... 

Ja, het was hard om deze plek, die eigenlijk qua natuur of cultuur helemaal niet speciaal was, te verlaten. Mijn hart zei BLIJVEN BLIJVEN BLIJVEN maar ik liet mijn verstand spreken! Nu, zittend op Gili Trewangan met een cocktail in de hand ter grootte van een visbokaal, kan ik enkel maar zeggen dat het een goeie keuze was. ;-)

Ik zie mijn nieuwe maten wel terug, dat is zeker!

woensdag 2 maart 2011

Separate Roads

Na een, enigszins, turbulent weekje in Adelaide neem ik afscheid van Sarah. De liefelijke Gentse reist voorlopig verder met Amy en ik besluit mijn eigen weg te gaan.

"Zou het niet spannend zijn om eens alleen te reizen!", dacht ik bij mezelf voordat ik vertrok naar Australia. Ik was er dan ook werkelijk van overtuigd dat dit volkomen "mijn ding" zou zijn: rondtrippen op mijn eentje, ik en de wijde wereld, twee handen op een buik...maar wanneer het moment er in realiteit kwam, voelde ik me opeens heel erg klein, breekbaar en ik trilde bij de gedachte. Ik voelde me onzeker, verlaten in een vreemde stad, een dikke 15.000 km van huis en werkelijk niemand die je echt goed kent. Allerlei gedachten ratelen op zo'n moment door je hoofd, ik wist even niet meer waar ik was... Donkere zwarte wolken stapelden zich op in de bovenkamer, af en toe donder en bliksem, sporadisch een regenbui maar de zon kwam gelukkig snel terug. Heel snel eerlijk gezegd! Nu, terugblikkend op de laatste vier weken op mijn eentje, kan ik enkel maar zeggen dat dit een geniale beslissing was!

Wat is er in tussentijd zo ongeveer gebeurd?

Kort na Sarahs vertrek, leerde ik Steffi und Betti kennen: twee Duitse vegetarische metalheads die klaarblijkelijk ook nog eens loeiharde feministes bleken te zijn. Ziezo, ongeveer een mooie samenvatting van persoonseigenschappen die ik enigszins "veracht". Maar had ik te klagen? Nee, totaal niet! Het tweetal bleek al snel een ideaal gezelschap om de eindeloze Nullarbor (slecht Latijn voor "geen bomen") Plain te doorkruisen. De Nullarbor "boomloos" noemen, gebeurt natuurlijk enkel in Australia: die mannen overdrijven wel eens graag. Zo werden, naast de Nullarbor, de acht oranje rotsen langs de Great Ocean Road zonder schroom omgedoopt tot de "Twelve Apostles", omschrijft men een werkelijk prachtig grijs meer in WA als "The Pink Lake" en kregen twee bergen in NSW trots de naam "The 3 Sisters" opgespeld. Je hoort me al komen: 70 procent van die gigantische vlakte stond dus vol bomen en struiken. Gelukkig, anders zou het maar een eentonige trip geweest zijn! Uiteindelijk reed ik er, opeengepakt tussen een hoop nutteloze bazaar en badend in enkele liters Duits zweet, een goeie vier dagen over. Prachtige dagen, want deze trip was werkelijk adembenemend! Overdag voluit genieten van de ongerepte natuur, 's nachts gelukzalig turen naar duizenden fonkelende sterren en beseffen hoe klein je wel niet bent. Helaas, aan alles komt een eind en dus ook aan deze tocht. Een goeie 2.000 km later arriveerden we volkomen geradbraakt in Esperance (zuid west Australia) en nam ik afscheid van Betti en Steffi.

Een avondje Koehandel (gezelschapsspel), enkele Australische biertjes, een nachtelijke sprong in de oceaan tussen een armada kwallen en een stevige snotvalling de volgende dag schiepen duidelijk een stevige band. Het weer, die voor de verandering duidelijk roet in het eten kwam waaien, kon de sfeer duidelijk niet kapot maken en in een gevarieerd gezelschap verkende ik verder de prachtige streek: woeste, desolate kustlijnen werden afgewisseld met adembenemde natuurparken waarin de in mist gehulde bergen zo in een Robin Hobb verhaal leken te passen. Heerlijk die natuur, ik kan er maar niet over zwijgen.
Aangekomen in Pemperton, een klein stadje diep in het woud, wilden Armin en Claude uiteraard de lokale attractie, de zogenaamde "watchtowers", beklimmen. (Deze hoge uitkijkposten werden halverwege de 20e eeuw in verschillende bomen gebouwd om eventuele bosbranden tijdig te kunnen detecteren.) Allemaal mooi in theorie maar klauter eens in een 70 meter hoge boom als je verdimme al in je broek moet pissen wanneer je op een eenvoudige scoutsconstructie zit.  Een mens zou van minder spaghettibenen krijgen. Nevertheless, een echte vent die ik ben (:-p), verbeet ik mijn angst en wentelde me een weg naar de top. Klamme handjes maar blij dat ik het gedaan had want het uitzicht was, voor de verandering, super!
Na een trip langsheen parelwitte Bountystranden arriveerden we in Busselton, een klein stadje 200 km ten zuiden van Perth...maar dit verhaal is voor een andere keer! ;-)

zondag 20 februari 2011

Roadtripping

Rechts van me tokkelt Sarah ijverig op haar babylaptopje – EN IK MAG ZEKER NIET VERMELDEN WAAROM – links van me ligt Danniela, een Oostenrijkse berggeit, luidkeels met haar mond open te knorren.
En ik?
Ik mijmer terug naar een heerlijke tijd die ik met Ruben beleefde in Polen, meerbepaald naar een, bijna legendarische, treinrit richting Zakopane in het zuiden. Werkelijk in een gecompliceerd spinnenwebpatroon trachtte de machinist onze eindbestemming te bereiken. Was hij verdwaald, dronken of eenvoudigweg op zoek naar een Pools hoertje? Ik zou het niet weten… Een iets was wel duidelijk: Ruben zag het niet meer zitten want werkelijk eindeloos zaten we op dat snertding, net als op deze bus die een persoonlijke processie van Echternach lijkt te ondernemen. Nu, in een land waar de term “no worries” even frequent wordt aangehaald als een gewone “thank you” hoeven we ons inderdaad geen  zorgen te maken. We geraken er uiteindelijk wel.
Terug in Melbourne laten we onze plannen om de oostkust af te reizen al snel, letterlijk en figuurlijk, varen wegens aanhoudende overstromingen, cyclonen en ander natuurgeweld - ik was mijn botten toch vergeten - in Queensland. “Go West” is ons nieuw plan, en meerbepaald met Amy en Lennart, twee Nederlanders met gelijkaardige plannen. Het is trouwens ongelooflijk opvallend hoeveel klompendragers en Duitse worstendraaiers er wel niet ronddolen in deze regio - die sloebers plannen zeker een nieuwe invasie - en zoals enkel Nederlanders dit kunnen, weten deze twee uiteraard wat goedkoop en zuinig is. Lennert, een sympathieke knul met soms ietwat criminele ideetjes, liet ons kennis maken met “Goon Wine”. Wijn? ‘t Is te zeggen, het bevat “thraces of wine”. Kort samengevat: Goon is een vies rotzooitje dat smaakt zoals je het uitspreekt. Je dierlijke instincten komen spontaan boven - je begint ‘s nachts te grollen en te grommen – je verstand zegt STOPPEEEUUUNNN en toch,... toch drink je vrolijk verder. Wit, rood, rose? Maakt niets uit, alles smaakt hetzelfde.
"Zeer slim Johannes om dit zooitje te drinken in combinatie met Lennarts bedorven 'worstjesvlees' (dit klinkt fout) ”, dacht ik bij mezelf. Resultaat: gigantisch misselijk en een bonkende kater de volgende dag. Spijtig, want “The Great Ocean Road”, "The Twelve Apostles" en het Nationaal Natuurpark "The Grampians" verdienden wat meer respect. Fantastische eindeloze landschappen, kronkelende wegen, een azuurblauwe oceaan die de schitterende kustlijn beetje bij beetje wegvreet,.... Amai, op zo'n moment besef je echt wel wat een klein landje als Belgie (!) mankeert: Natuur!
I love Australia...

zaterdag 5 februari 2011

INTERMEZZO: Surfles met Johannes

Philips Beach - Victoria

Opeengepakt, vochtig kontje/droog mondje en in het gezelschap van een Duitse schone en twee - volkomen onverstaanbare - Ieren raas ik richting Philips Beach (Philip Island). Vandaag ga ik surfen, of ’t is te zeggen: ik ga wat gaan klungelen op mijn board om dan achteraf te kunnen rondbazuinen dat ik een surfer ben! (Het schijnt dat surfertypes wel aanslaan in Australië)

Philips Beach
Duitse dame met talent!
Het kleine pittoreske strandje staat onder de echte surfers werkelijk gekend als een klein stukje paradijs. De immer krachtige Antarctische wind laat de golven gemakkelijk aanzwellen tot mini tsunamitjes van wel vijf meter hoog. Kortom: een echte uitdaging voor een surfgroentje als ik. Vol zelfvertrouwen snor ik dan ook naar het strand want ik ben immers in het gezelschap van een stel ware surfgoden. Connor, Ier 1 voor de vrienden, heeft er net zijn eerste surfles op zitten en acht verdere lessen niet meer nodig “because it’s way to easy”. Sean, de andere eilander met een stevig spraakgebrek, heeft waarschijnlijk nog nooit een surfboard gezien, laat staan erop gestaan! Ik ben dan ook enorm benieuwd naar hun kunsten.

Kleine Ier en een te grote golf... :-)
Zwoegend met mijn plank, die eerlijk gezegd meer gelijkenissen vertoonde met een grote kerkdeur, sukkelde ik het wankele trapje richting het strand af en tuurde naar de diepblauwe zee. “Gelukkig”, dacht ik bij mezelf, “die golfjes zien er vandaag toch vrij aaibaar uit! Dit moet lukken!”

Johannes op een surfplank! (weliswaar achter deze golf...)
Rennen, trekken, ploeteren, peddelen, rechtspringen, SURFEN! Jipla, ik sta recht!! Komaan Jana, neem dan toch een foto, snel, snel!!! *Plons* Jammer, de bewijzen zullen voor een andere keer zijn…

Morgen terug richting Melbourne en klaar voor de eerste grote trip...


ps: * Ik was een paar dagen "technisch werkloos" (:-)) omdat mijn potloodje zoek was. Volgende blog wordt terug iets uitgebreider!
* Gelukkige verjaardag papa!

zaterdag 29 januari 2011

Eerste dagen/nachten Down Under

Ok, waar was ik gebleven?

In Adelaide natuurlijk! Zalig zittend in de schaduw van een jong olijvenboompje en ik maak me zorgen! Grote zorgen! Even verderop hoor ik immers twee Nederlandse “meideuh” stiekem giechelen en fluisteren. Ben ik de aanleiding? Zijn mijn, werkelijk draconisch, aangezwollen okselvijvers een stille doch geurende oorzaak? Of lachen ze eerder met onze Engelse buurman die, met zijn ongetwijfeld zware katerkop, inmiddels een boompje is gaan opzoeken om in alle stilte zijn overdaad aan bier uit te kotsen? Zaken om over na te gaan denken. Ongetwijfeld! Maar ik ga te snel en zou beter beginnen bij het begin: Melbourne.

Onze eerste nachten brachten we door in Hotel Discovery. Een, in de Lonely Planet aangeprezen, mastodonthotel dat fier pronkte met zijn welluidende ondertitel “making a real difference” en geloof me, “they really did”! Het was gelegen in een, laat ons zeggen, “bedrijvige” buurt waar het betere boor en timmerwerk schering en inslag was. Een idyllisch plekje, misschien iets prijziger maar je kreeg nét dat tikkeltje meer. Zo omvatte de hotelservice ondermeer een nachtelijke “wake up-call” ons GRATIS aangeboden door de lokale motard, met een, laat ons zeggen, zware ademhaling. Verder zoefde de turbolift, met een duidelijk persoonlijkheidsprobleem, ons razendsnel naar het dakterras en konden we ’s morgens ten slotte heerlijk genieten van een zalig voorgekauwd ontbijtje.
Daarnaast bood ons liefelijk hotelletje ons nog een resem nevenactiviteiten aan waaronder spannende kakkerlakkenraces in de toiletten en raad het kakje en kwakje in de douches. Kortom: dé vakantieplek bij uitstek voor het ganse gezin en een welverdiende tweede plaats in mijn “gezellig-marginaal-overnachten-met-Johannes” top 10.

Een gezellige kamer in Cancun
(De ultieme topper der ranzige kamertjes blijft, werkelijk met ruime voorsprong, het charmante hok in Cancun (Mexico) waar ik, samen met Matthias, mijn eerste Mexicaanse nacht mocht doorbrengen. Fenomenale ervaring, allen daarheen!)

"Piemelaar Matt"
Toch trok deze plek in Melbourne heel wat mensen aan, waaronder ook Steve en Matt, beide afkomstig uit Connecticut (VSA). Vriendelijke gasten maar, in mijn ogen althans, echte Amerikanen pur sang. “Johannes, smeer je kuiten maar in voor een serietje ‘boeiende’ gesprekken”, dacht ik bij mezelf. Alles passeerde de revue: de superieure slagkracht van het glorieuze Amerikaanse leger, Steve’s, ongetwijfeld emotionele, band met zijn shotgun, Sarah’s “boobs” en last but not least de “Holy Bible”. Het olijke tweetal beleefde het leeuwendeel van hun avonturen dan ook in hun respectievelijke zweterige bedjes. Slapen, leuteren, het betere handwerk in de genitale zones,… Kortom: echte cultuur/natuurliefhebbers. 

Snel Sarah, we trekken de stad in!


Nu? Ja nu! 4 a.m., 5 a.m., 6 a.m., het maakte ons niets uit want die jet lag beleefden we wel! Slenteren langs de straten, wennen aan het ritme, wennen aan het idee om op reis te zijn, alles begon wel op zijn plooi te vallen.








Na een weekje Melbourne brak de Australian Open aan.



 Je weet wel, het eerste Grand Slam tornooi voor de meer ervaren tennissers onder ons. Ken ik iets van tennis? Nee jong, geen fluit. Laat er voor mijn part twee koala’s een dansje opvoeren en ik zit nog gefascineerd te gapen. Wat mij gewoon meer boeide, was de algemene sfeer die er in en rond die arena’s heerste. 
Voor 65 dollar konden we twee wedstrijden bekijken. Eerst nam Clijsters het op tegen Safina. We bereidden ons al mentaal voor op een leuke driesetter maar de flauwe trees deed natuurlijk net wat ze niet mocht doen, namelijk winnen met (6-0)(6-0). Je zou verdimme nog medelijden gaan krijgen met haar Russische uitdaagster. Vervolgens mochten Hewitt en Nalbandian aantreden. Kort samengevat: een fantastische wedstrijd! Bijna vijf uur lang vochten ze als twee honden om dat ene lekkere beentje (die derde was duidelijk de weg kwijtgeraakt). Gebrul, gejuich, getier,… wat een roes, zo leuk!

Een weekje passeerde, tijd voor verandering. Op naar Philip Island!

dinsdag 18 januari 2011

Cuz we’re in the business baby!

06.00 u, 12 januari. “Yess, eindelijk is het zover!!!”,dacht ik in mezelf toen ik me, na een weliswaar kort nachtje, moeizaam uitrekte in de zetel van mijn zus. “En duidelijk ook iets teveel  Duvels gedronken”, vertelde mijn bonkende kop.
Samen met Sarah vertrok ik die morgen richting Melbourne voor een 24 uur durende vlucht. Rechtstreekse verbindingen bestonden er duidelijk niet dus moesten we “noodgedwongen” een tussenlanding maken in het land van de kamelen en pyjamadragers zijnde Abu Dhabi (VAE). Graag had ik de schitterende pracht van deze kleine parel aan de Perzische Golf uitvoerig willen beschrijven: de eindeloze zandvlaktes, de diepblauwe zee, buikdanseressen die standaard te vinden zijn op iedere hoek van de straat,… Iets van gemerkt? Niets van Johannes. De wereld draaide rond en de nacht duidelijk ook. Dit nam echter niet weg dat ik toch iets kon merken van de lokale cultuur. Soms waande ik me werkelijk in een “duizend en één nachten” sprookje, waarin de gebronzeerde securityguards elkaar ieder moment in de haren konden vliegen met hun versgeslepen walkie talkies en iedere deur een “open sesame”-spraakcommando had. Groot was de teleurstelling natuurlijk wanneer er een monotoom “ping”-geluidje weerklonk. Mijn fantasie sloeg duidelijk wat op hol, hopelijk kon ik de volgende vlucht toch wat slaap meepikken.
Hoe klein dit stipje op de wereldkaart ook moge zijn, “kennis” van hollywoodvedetten hadden deze onderbroeklozen duidelijk wel. Sarah, het meiske kan er nu ook niets aan doen, heeft nu eenmaal een trek weg van Cameron Diaz, en dat was de lokale Ali Baba-cobelguard ook duidelijk niet ontgaan. “Cameron Diaz is in the house people” kraaide hij luid voor een honderdtal mensen. Ik: een brede grijns, Sarah: in no time zo rood als een rijp tomaatje. Weinig wisten we dat dit moment misschien nog in ons voordeel zou spelen.
Voordeel? Wel, twee uren later schoven we braafjes aan om een volgende vlucht te halen, meerbepaald een 13 uur durende hellerit richting Melbourne. Was de lokale beambte ook onder de indruk van onze look alike of vond hij mij gewoon een toffe knul? De echte reden waarom hij “economy class” op onze tickets doorkrabbelde en het in balpen verving door “business class” zullen we waarschijnlijk nooit weten. Ik geloofde er eerlijk gezegd dan ook geen fluit van dat dit zou slagen & stapte dan ook vrij onverschillig het toestel op.
“Seat 52A?”, “seat 41B?”, “seat 23D?”, … “SEAT 10D (de mijne)?” “Yess sir!”, “follow me sir!”, “hot towel sir?”, “glass of champagne sir?” “Fuuuuuuck, is dit echt?? Ik zit hier op de sjiekste vlucht van mijn leven met een vettig kopje haar en een pull waarin nog onmiskenbaar een stevige “kerstboomverbrandingsgeur” hangt. Ok, doe alsof je hier thuishoort Johannes! Trek je meest arrogante kopje van je leven, nip van die champagne alsof het de gewoonste zaak van de wereld maar doe er gewoon alles aan om in dit heerlijk vibrerend zeteltje te mogen blijven zitten!”
Business class? Ja, dat is wel mijn ding! Rechts van me genoot een sjeik van zijn glaasje whiskey on the rocks, links zag ik Sarah stevig klungelen met haar vers geperst wortelsapje. “You’ve spilled your juice? No problem”. Walkie talkies werden bovengehaald en een kleine twee minuutjes later kwam de cavalerie reeds aandraven met een verse zetelpamper. Keuze uit een 160tal films, spelletjes, muziek, telefoneren naar de grond,…alles was gewoon mogelijk in mijn kleine leefcapsule. “Hopelijk neemt hij een misse afslag”, dacht ik bij mezelf.
Een goeie 14 uur later raakten we de Australische grond. Rooddoorlopen oogjes, een strak buikje van teveel te eten, lichtelijk delirium van de (vele) glazen rum en zo slap als een drilpudding (ik had die nacht de rugmassage laten aanstaan) stapte ik, werkelijk, met pijn in het hart uit.
Melbourne by night! Druk, warm en bruisend. Er hing nog steeds wat regen in de lucht. Heerlijke geur. Vakantie!