Na enige weken rond te hoppen in Australie als een opgefokt konijn dat overal sappige wortels leek te zien, was het tijd voor wat rust en ik besloot me even te vestigen temidden een stel wittekoppen. Net als die andere blonde kwajongen, hielden deze kerels duidelijk ook van neusnemerij totdat werkelijk al het groene vocht uit mijn neus geperst was. Toffe kerels, zalige sfeer en volkomen mijn humor. Ja, hier voelde ik me echt wel thuis!
Busselton is een klein dorpje onder Perth en bleek de ideale uitvalsbasis voor de seizoensarbeid die bovendien heel wat backpackers aantrok. Een echt schaap dat ik was, volgde ik uiteraard de meute en ging aan de slag in een lokale wijngaard waar, bizar genoeg, een stel Afghanen de plak zwaaiden. Niet zomaar een kleine plak maar een gigantische die ferm pijn deed in onze portemonee. Kort samengevat: die kastaars melkten ons financieel droog totdat het zowaar pijn deed aan onze reeds verbrande tepeltjes. Onderbetaalde werkuren, hoge transportkosten, misgetelde fruitmanden, noem maar op maar desalniettemin een immer brede gouden glimlach. ”Tijd voor iets anders!” dacht ik bij mezelf en door een gelukkig toeval vond ik, voor een tweetal weekjes, werk op een Zuid Afrikaanse bloemenkwekerij. In theorie bestond onze job voornamelijk uit het wieden van enorm harnekkig onkruid, het verwijderen van "wheatmats", "pruning" en stevig bakken & braden onder een verschroeiende zon. 
In realiteit vlamden we echter rond met onze persoonlijke 4x6 tractor op zoek naar kangoeroes of ontkaterden we wat onder de jonge boompjes. Ontspannend, dat was zeker...totdat ik mijn eerste "(Tiger) Snake" zag. De stofwolken tijdens de Dirty Thirties verbleekten ongetwijfeld in het niets in vergelijking met de mijne. Rennen, zwoegen, spurten en in de verte een roodgebakken Engelsman horen giechelen omwille van mijn reactie. Ok, dit zou me heel lang achtervolgen... ai ai.
Terug in Busselton hervatte de dagdagelijkse routine: roze olifantjes najagen met behulp van de nodige pintjes, naderhand op het gemak richting het strand slenteren voor een relatief frisse duik, rond zeven uur genieten van heerlijke Italiaanse pizza's, panzarotti, Franse ovenschotels, Japanse Sushi,...en tenslotte de enige "club" (eigenlijk was het een hotel) aandoen op zoek naar een feestje tussen een stel Australische walrussen. Zalig, enkel de onverbiddelijke wekker die afging om 4 a.m verdiende een schop onder zijn metalen reet. Alle ingredienten voor een perfecte vakantiecocktail waren gewoon aanwezig: zon, zee, hechte vriendschappen, het vakantieliefje...
Ja, het was hard om deze plek, die eigenlijk qua natuur of cultuur helemaal niet speciaal was, te verlaten. Mijn hart zei BLIJVEN BLIJVEN BLIJVEN maar ik liet mijn verstand spreken! Nu, zittend op Gili Trewangan met een cocktail in de hand ter grootte van een visbokaal, kan ik enkel maar zeggen dat het een goeie keuze was. ;-)Ik zie mijn nieuwe maten wel terug, dat is zeker!


