vrijdag 18 maart 2011

Bashing Busselton


Na enige weken rond te hoppen in Australie als een opgefokt konijn dat overal sappige wortels leek te zien, was het tijd voor wat rust en ik besloot me even te vestigen temidden een stel wittekoppen. Net als die andere blonde kwajongen, hielden deze kerels duidelijk ook van neusnemerij totdat werkelijk al het groene vocht uit mijn neus geperst was. Toffe kerels, zalige sfeer en volkomen mijn humor. Ja, hier voelde ik me echt wel thuis!
Busselton is een klein dorpje onder Perth en bleek de ideale uitvalsbasis voor de seizoensarbeid die bovendien heel wat backpackers aantrok. Een echt schaap dat ik was, volgde ik uiteraard de meute en ging aan de slag in een lokale wijngaard waar, bizar genoeg, een stel Afghanen de plak zwaaiden. Niet zomaar een kleine plak maar een gigantische die ferm pijn deed in onze portemonee. Kort samengevat: die kastaars melkten ons financieel droog totdat het zowaar pijn deed aan onze reeds verbrande tepeltjes. Onderbetaalde werkuren, hoge transportkosten, misgetelde fruitmanden, noem maar op maar desalniettemin een immer brede gouden glimlach. ”Tijd voor iets anders!” dacht ik bij mezelf en door een gelukkig toeval vond ik, voor een tweetal weekjes, werk  op een Zuid Afrikaanse bloemenkwekerij. In theorie bestond onze job voornamelijk uit het wieden van enorm harnekkig onkruid, het verwijderen van "wheatmats", "pruning" en stevig bakken & braden onder een verschroeiende zon. 
In realiteit vlamden we echter rond met onze persoonlijke 4x6 tractor op zoek naar kangoeroes of ontkaterden we wat onder de jonge boompjes. Ontspannend, dat was zeker...totdat ik mijn eerste "(Tiger) Snake" zag. De stofwolken tijdens de Dirty Thirties verbleekten ongetwijfeld in het niets in vergelijking met de mijne. Rennen, zwoegen, spurten en in de verte een roodgebakken Engelsman horen giechelen omwille van mijn reactie. Ok, dit zou me heel lang achtervolgen... ai ai. 

Terug in Busselton hervatte de dagdagelijkse routine: roze olifantjes najagen met behulp van de nodige pintjes, naderhand op het gemak richting het strand slenteren voor een relatief frisse duik, rond zeven uur genieten van heerlijke Italiaanse pizza's, panzarotti, Franse ovenschotels, Japanse Sushi,...en tenslotte de enige "club" (eigenlijk was het een hotel) aandoen op zoek naar een feestje tussen een stel Australische walrussen. Zalig, enkel de onverbiddelijke wekker die afging om 4 a.m verdiende een schop onder zijn metalen reet. Alle ingredienten voor een perfecte vakantiecocktail waren gewoon aanwezig: zon, zee, hechte vriendschappen, het vakantieliefje... 

Ja, het was hard om deze plek, die eigenlijk qua natuur of cultuur helemaal niet speciaal was, te verlaten. Mijn hart zei BLIJVEN BLIJVEN BLIJVEN maar ik liet mijn verstand spreken! Nu, zittend op Gili Trewangan met een cocktail in de hand ter grootte van een visbokaal, kan ik enkel maar zeggen dat het een goeie keuze was. ;-)

Ik zie mijn nieuwe maten wel terug, dat is zeker!

woensdag 2 maart 2011

Separate Roads

Na een, enigszins, turbulent weekje in Adelaide neem ik afscheid van Sarah. De liefelijke Gentse reist voorlopig verder met Amy en ik besluit mijn eigen weg te gaan.

"Zou het niet spannend zijn om eens alleen te reizen!", dacht ik bij mezelf voordat ik vertrok naar Australia. Ik was er dan ook werkelijk van overtuigd dat dit volkomen "mijn ding" zou zijn: rondtrippen op mijn eentje, ik en de wijde wereld, twee handen op een buik...maar wanneer het moment er in realiteit kwam, voelde ik me opeens heel erg klein, breekbaar en ik trilde bij de gedachte. Ik voelde me onzeker, verlaten in een vreemde stad, een dikke 15.000 km van huis en werkelijk niemand die je echt goed kent. Allerlei gedachten ratelen op zo'n moment door je hoofd, ik wist even niet meer waar ik was... Donkere zwarte wolken stapelden zich op in de bovenkamer, af en toe donder en bliksem, sporadisch een regenbui maar de zon kwam gelukkig snel terug. Heel snel eerlijk gezegd! Nu, terugblikkend op de laatste vier weken op mijn eentje, kan ik enkel maar zeggen dat dit een geniale beslissing was!

Wat is er in tussentijd zo ongeveer gebeurd?

Kort na Sarahs vertrek, leerde ik Steffi und Betti kennen: twee Duitse vegetarische metalheads die klaarblijkelijk ook nog eens loeiharde feministes bleken te zijn. Ziezo, ongeveer een mooie samenvatting van persoonseigenschappen die ik enigszins "veracht". Maar had ik te klagen? Nee, totaal niet! Het tweetal bleek al snel een ideaal gezelschap om de eindeloze Nullarbor (slecht Latijn voor "geen bomen") Plain te doorkruisen. De Nullarbor "boomloos" noemen, gebeurt natuurlijk enkel in Australia: die mannen overdrijven wel eens graag. Zo werden, naast de Nullarbor, de acht oranje rotsen langs de Great Ocean Road zonder schroom omgedoopt tot de "Twelve Apostles", omschrijft men een werkelijk prachtig grijs meer in WA als "The Pink Lake" en kregen twee bergen in NSW trots de naam "The 3 Sisters" opgespeld. Je hoort me al komen: 70 procent van die gigantische vlakte stond dus vol bomen en struiken. Gelukkig, anders zou het maar een eentonige trip geweest zijn! Uiteindelijk reed ik er, opeengepakt tussen een hoop nutteloze bazaar en badend in enkele liters Duits zweet, een goeie vier dagen over. Prachtige dagen, want deze trip was werkelijk adembenemend! Overdag voluit genieten van de ongerepte natuur, 's nachts gelukzalig turen naar duizenden fonkelende sterren en beseffen hoe klein je wel niet bent. Helaas, aan alles komt een eind en dus ook aan deze tocht. Een goeie 2.000 km later arriveerden we volkomen geradbraakt in Esperance (zuid west Australia) en nam ik afscheid van Betti en Steffi.

Een avondje Koehandel (gezelschapsspel), enkele Australische biertjes, een nachtelijke sprong in de oceaan tussen een armada kwallen en een stevige snotvalling de volgende dag schiepen duidelijk een stevige band. Het weer, die voor de verandering duidelijk roet in het eten kwam waaien, kon de sfeer duidelijk niet kapot maken en in een gevarieerd gezelschap verkende ik verder de prachtige streek: woeste, desolate kustlijnen werden afgewisseld met adembenemde natuurparken waarin de in mist gehulde bergen zo in een Robin Hobb verhaal leken te passen. Heerlijk die natuur, ik kan er maar niet over zwijgen.
Aangekomen in Pemperton, een klein stadje diep in het woud, wilden Armin en Claude uiteraard de lokale attractie, de zogenaamde "watchtowers", beklimmen. (Deze hoge uitkijkposten werden halverwege de 20e eeuw in verschillende bomen gebouwd om eventuele bosbranden tijdig te kunnen detecteren.) Allemaal mooi in theorie maar klauter eens in een 70 meter hoge boom als je verdimme al in je broek moet pissen wanneer je op een eenvoudige scoutsconstructie zit.  Een mens zou van minder spaghettibenen krijgen. Nevertheless, een echte vent die ik ben (:-p), verbeet ik mijn angst en wentelde me een weg naar de top. Klamme handjes maar blij dat ik het gedaan had want het uitzicht was, voor de verandering, super!
Na een trip langsheen parelwitte Bountystranden arriveerden we in Busselton, een klein stadje 200 km ten zuiden van Perth...maar dit verhaal is voor een andere keer! ;-)