Na een, enigszins, turbulent weekje in Adelaide neem ik afscheid van Sarah. De liefelijke Gentse reist voorlopig verder met Amy en ik besluit mijn eigen weg te gaan.
Wat is er in tussentijd zo ongeveer gebeurd?
Kort na Sarahs vertrek, leerde ik Steffi und Betti kennen: twee Duitse vegetarische metalheads die klaarblijkelijk ook nog eens loeiharde feministes bleken te zijn. Ziezo, ongeveer een mooie samenvatting van persoonseigenschappen die ik enigszins "veracht". Maar had ik te klagen? Nee, totaal niet! Het tweetal bleek al snel een ideaal gezelschap om de eindeloze Nullarbor (slecht Latijn voor "geen bomen") Plain te doorkruisen. De Nullarbor "boomloos" noemen, gebeurt natuurlijk enkel in Australia : die mannen overdrijven wel eens graag. Zo werden, naast de Nullarbor, de acht oranje rotsen langs de Great Ocean Road zonder schroom omgedoopt tot de "Twelve Apostles", omschrijft men een werkelijk prachtig grijs meer in WA als "The Pink Lake" en kregen twee bergen in NSW trots de naam "The 3 Sisters" opgespeld. Je hoort me al komen: 70 procent van die gigantische vlakte stond dus vol bomen en struike
n. Gelukkig, anders zou het maar een eentonige trip geweest zijn! Uiteindelijk reed ik er, opeengepakt tussen een hoop nutteloze bazaar en badend in enkele liters Duits zweet, een goeie vier dagen over. Prachtige dagen, want deze trip was werkelijk adembenemend! Overdag voluit genieten van de ongerepte natuur, 's nachts gelukzalig turen naar duizenden fonkelende sterren en beseffen hoe klein je wel niet bent. Helaas, aan alles komt een eind en dus ook aan deze tocht. Een goeie 2.000 km later arriveerden we volkomen geradbraakt in Esperance (zuid west Australia) en nam ik afscheid van Betti en Steffi.
Een avondje Koehandel (gezelschapsspel), enkele Australische biertjes, een nachtelijke sprong in de oceaan tussen een armada kwallen en een stevige snotvalling de volgende dag schiepen duidelijk een stevige band. Het weer, die voor de verandering duidelijk roet in het eten kwam wa
aien, kon de sfeer duidelijk niet kapot maken en in een gevarieerd gezelschap verkende ik verder de prachtige streek: woeste, desolate kustlijnen werden afgewisseld met adembenemde natuurparken waarin de in mist gehulde bergen zo in een Robin Hobb verhaal leken te passen. Heerlijk die natuur, ik kan er maar niet over zwijgen.
Aangekomen in Pemperton, een klein stadje diep in het woud, wilden Armin en Claude uiteraard de lokale attractie, de zogenaamde "watchtowers", beklimmen. (Deze hoge uitkijkposten werden halverwege de 20e eeuw in verschillende bomen gebouwd om eventuele bosbranden tijdig te kunnen detecteren.) Allemaal mooi in theorie maar klauter eens in een 70 meter hoge boom als je verdimme al in je broek moet pissen wanneer je op een eenvoudige scoutsconstructie zit. Een mens zou van minder spaghettibenen krijgen. Nevertheless, een echte vent die ik ben (:-p), verbeet ik mijn angst en wentelde me een weg naar de top. Klamme handjes maar blij dat ik het gedaan had want het uitzicht was, voor de verandering, super!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten